World Medical Association (WMA)

WMA
 

VERKLARING VAN HELSINKI

Ethische beginselen voor medische experimenten waarbij mensen zijn betrokken

Aangenomen door de
18e WMA Algemene Vergadering te Helsinki, Finnland, Juni 1964
en geamendeerd door de
29e WMA Algemene Vergadering te Tokio, Japan, oktober 1975
35e WMA Algemene Vergadering te Venetiƫ, Italien, oktober 1983
41e WMA Algemene Vergadering te Hong Kong, september 1989
48e WMA Algemene Vergadering te Somerset West, Zuid-Afrika, oktober 1996
52e WMA Algemene Vergadering te Edinburgh, Schottland, oktober 2000
Notes of Clarification added by
  53e WMA Algemene Vergadering te Washington, VS, oktober 2002
  55e WMA Algemene Vergadering te Tokio, Japan, oktober 2004
59e WMA Algemene Vergadering te Seoel, Republiek van Korea, oktober 2008
64e WMA Algemene Vergadering te Fortaleza, Brazilie, oktober 2013
   



Inleiding
1. De World Medical Association (WMA) heeft de Verklaring van Helsinki ontwikkeld als een verklaring van ethische beginselen voor medisch onderzoek waarbij mensen zijn betrokken, met inbegrip van onderzoek met herleidbaar menselijk materiaal en herleidbare gegevens.
De verklaring is bedoeld om als geheel te worden gelezen en geen van de samenstellende paragrafen mag worden toegepast zonder rekening te houden met alle andere relevante paragrafen.
2. Overeenkomstig het mandaat van de WMA is de verklaring in de eerste plaats gericht tot artsen. De WMA moedigt andere betrokkenen bij het medisch onderzoek met mensen aan om deze beginselen over te nemen.
Algemene Beginselen
3. De Verklaring van Geneve van de WMA bindt de arts met de woorden: "De gezondheid van mijn patient zal mijn eerste overweging zijn" en de Internationale Code van Medische Ethiek verklaart dat: "Een arts handelt in het beste belang van de patient bij het verstrekken van medische zorg."
4. Het is de plicht van de arts de gezondheid, het welzijn en de rechten van patienten te bevorderen en in stand te houden, met inbegrip van degenen die betrokken zijn in het medisch onderzoek. De kennis en het geweten van de arts zijn gewijd aan de vervulling van deze plicht.
5. Medische vooruitgang is gebaseerd op onderzoek dat uiteindelijk studies met menselijke proefpersonen moet omvatten.
6. Het primaire doel van medisch onderzoek met mensen is om de oorzaken, ontwikkeling en gevolgen van ziekten te begrijpen en om de preventieve, diagnostische en therapeutische interventies (methoden, procedures en behandelingen) te verbeteren. Zelfs de beste bewezen interventies moeten door middel van onderzoek voortdurend op hun veiligheid, effectiviteit, efficientie, toegankelijkheid en kwaliteit geevalueerd worden.
7. Medisch onderzoek is onderworpen aan ethische normen die het respect voor alle proefpersonen bevorderen en verzekeren en hun gezondheid en rechten beschermen.
8. Terwijl het primaire doel van medisch onderzoek is om nieuwe kennis te genereren, kan dit doel nooit prevaleren boven de rechten en belangen van individuele proefpersonen.
9. Het is de plicht van artsen die deelnemen aan het medisch onderzoek om het leven, de gezondheid, waardigheid, integriteit, recht op zelfbeschikking, privacy en vertrouwelijkheid van persoonlijke gegevens van proefpersonen te beschermen. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van de proefpersonen moet altijd bij de arts of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en nooit bij de proefpersonen rusten, ook al hebben ze toestemming gegeven.
10. Artsen moeten de ethische, wettelijke en reglementaire normen en standaarden voor onderzoek met mensen in hun eigen land alsmede de toepasselijke internationale normen en standaarden in overweging nemen. Geen nationale of internationale ethische, wettelijke of reglementaire verplichting mag een van de beschermingsnormen voor proefpersonen in deze Verklaring verminderen of elimineren.
11. Medisch onderzoek moet zodanig worden uitgevoerd dat het mogelijke schade aan het milieu minimaliseer